Noodverlichting; Veilig en verstandig

In geval van nood, moet iedereen uw gebouw snel en veilig kunnen verlaten. Dat lijkt simpel, maar bij calamiteiten vallen nog altijd onnodig veel slachtoffers doordat de nooduitgangen niet tijdig bereikt worden. Wat bij daglicht een makkelijke route lijkt, wordt bij stroomuitval of rookontwikkeling een onneembare val. Zeker voor mensen die niet dagelijks in uw gebouw aanwezig zijn.

Net als brandblussers en brandslanghaspels moet de noodverlichting in een gebouw periodiek gecontroleerd worden, zodat ook bij stroomuitval de vluchtwegen snel en veilig te vinden zijn. Steeds vaker worden bedrijven beboet omdat de noodverlichting niet in orde is. Bij calamiteiten wordt bovendien meer en meer gekeken of u wel aan uw verplichtingen heeft voldaan.

Wet- en regelgeving over noodverlichting

Diverse normen, wetten en regels gaan over noodverlichting. Zo is er het bouwbesluit, dat samen met de gemeentelijke bouwverordening bepaalt hoe de noodverlichting in uw gebouw geregeld moet zijn. De bouwverordening eist bovendien jaarlijks onderhoud, wat ook in de Arbowet verplicht gesteld is. Daarnaast schrijft de norm NEN 6088 voor welke pictogrammen u moet hebben. Het woord ‘UIT’ mag bijvoorbeeld niet meer. De normen NEN 1010 en NEN 1838 houden zich bezig met de minimale lichtsterkte.

Is controle van noodverlichting verplicht?

Ja, de controle van noodverlichting is zowel volgens de Bouwverordening als de Arbowet verplicht. Niet alleen bij steekproeven door Arbodienst of brandweer kunt u met een gebrekkige noodverlichting problemen krijgen, ook bij calamiteiten zal achteraf gekeken worden of u aan uw zorgplicht heeft voldaan.